Giep Hagoort/HKU, STARTDOCUMENT, versie 0.1 2/7/08
LOK Conferentie
Kunstonderwijs en de Creatieve Industrie:
een kritische relatie (werktitel)
18 maart 2009 Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (Dutch Design Center)
19 maart 2009 Walter Maas Huis Bilthoven
Volgend overleg voorbereidingsgroep: woensdag 27 augustus 2008 14.00-16.00 HKU Lange Viestraat 2 (Giep Hagoort, Maarten Regouin, Bart van Rosmalen, co-trekkers arena’s, HKU-conferentiecoördinator)
Algemene reacties op dit document zijn welkom!
giep.hagoort@ke.hku.nl
In de kern:
Inhoudelijke lijn-kritische reflectie, ten opzichte van zowel de creatieve industrie als het kunstonderwijs/5 arena’s: 1. Alle kunst is opdracht, 2. Kunstenaar/vormgever en Ondernemerschap, 3. studenten als nieuwe ICT-generatie, 4. (Artistiek) onderzoek en de creatieve industrie, 5. Cultureel burgerschap en de creatieve industrie. Thematieken vertalen naar samenwerkingsverbanden onderzoek LOK-lectoraten.
Woensdag 18 maart 2009 (Utrecht-open op uitnodiging)
Dagvoorzitter: Jan IJzermans (HKU-lector, vzt College van Lectoren, plv CvB vzt)
Opening • Key note buitenlandse kunstenaar ‘Richtinggevend kunstenaarsschap’ (bijv. Peter Sellars, Heiner Goebbels, David Garcia, ……..?)
• Jeroen van Mastricht, HKU-lector Kunst en techniek, creatieve industrie en gaming (vgl ECCE lezing)
• Panel van trekkers Arena’s: verwachtingen, discussiepunten, perspectieven o.l.v. wetenschapsjournalist
Art lunch door HKU studenten
Vijf arena’s
Observaties van key note speaker en wetenschapsjournalist
Borrel
Art Dinner door HKU-studenten
Donderdag 19 maart 2009 (Bilthoven-gesloten via lectoren)
Moderator: Bart van Rosmalen
10.00-17.00 Werkatelliers van lok-lectoraten/kenniskringen: uitdiepen thema’s/samenwerkingsafspraken m.b.t. onderzoek en innovatie
Doelgroep dag 1 (100-125 deelnemers): Nederlandse lectoraten/kenniskringen, directies/bestuurders faculteiten, onderwijsfunctionarissen, universitaire collega’s, beleidsfunctionarissen OCW, EZ, LNV, VROM, vertegenwoordigers intermediaire organisaties (HBO-raad, sectoraal adviescollege kunstonderwijs, NWO, KNAW, Boekmanstichting, Raad voor Cultuur, Elia, IIPCreate, IPCICO, Kunstenaars & Co, Fondsen, TNO, Syntens, SIA RAAK, media, etc.)
Doelgroep dag 2 (40 deelnemers): leden lectoraten/kenniskringen
Financiën: begroting LOK conferentie 2007 (ongeveer € 25.000) (checken bij AHK)
Conferentiegroep (o.l.v. Giep Hagoort/HKU, co-trekkers van arena’s plus denkgroepje rond key speaker o.l.v. Bart van Rosmalen (tevens supervisor gespreksvoering)
Internationaal: Buitenlandse kunstenaar/designer als Key note speaker over ‘richtinggevend kunstenaarsschap’ plus observaties
Produceren teksten 1 en 2 zie hieronder (vgl. ‘Position Paper’) door Giep Hagoort -conferentiegroep, 3 door de desbetreffende co-trekkers
Planning: voor aankondiging 1 juli 2008, teksten gereed 1 oktober, start organisatie 1 oktober, inschrijving per 1 januari (gereserveerde plaatsen voor meewerkende lectoraten) Organisatie: HKU-conferentie-organisatiecommissie (start 1 september)
Opbrengst 19/3: samenwerkingsverbanden na de conferentie omtrent onderzoek en innovatie kunstonderwijs
Vooraf: reader, achteraf verslag (in print en digitaal), Engelse Summary Versions (HKU, Boekman?)
Doelgroepen/media: na de zomer volgt een beknopt communicatieplan
1. Introductie
De opkomende creatieve industrie trekt alom de aandacht van onderzoekers, bestuurders en beleidsmakers, niet alleen in Nederland maar ook elders in Europa en ver daarbuiten (KEA, 2006, Hagoort, 2007). De creatieve industrie is een verzamelnaam voor de subsectoren kunst en cultuur, media en entertainment en creatieve dienstverlening (o.m. Rutten, 2004-definiëring is deel van een permanent debat). De aandacht voor deze nieuwe industrie hangt samen met de totstandkoming van een geavanceerde kenniseconomie die de industriële economie gebaseerd op grondstoffen, kapitaal en arbeid achter zich laat (Drucker, Tofler). Een kenniseconomie is gebaat bij creativiteit en innovatie en het zijn deze kwaliteiten die de kern vormen van de creatieve industrie. Ook wordt al gesproken van een creatieve economie waarin ‘experiences’ en ‘stories’ centraal staan (Pine and Gilmore, 1998; Jensen, 1999). De aandacht voor de creatieve industrie wordt extra gestimuleerd door groeicijfers op de terreinen van werkgelegenheid en bedrijvigheid daar waar traditionele sectoren als landbouw en industriële staalproductie een neergaande lijn laten zien. Ook de aandacht voor het fenomeen ‘creatieve stad’ als onderscheidend concept speelt een rol (Landry, 2000). Tenslotte staat het begrip ‘creatieve klasse’ in de belangstelling dat een relatie legt tussen de aanwezigheid van creatieven (in een stad) en economische groei (Florida, 2002).
Gevolg van dit alles is dat binnen het Nederlandse overheidsbeleid de belangstelling is omgezet in maatregelen gericht op een versterking van het innovatievermogen van de samenleving op basis van creativiteit (Innovatieplatform, CCC).
Vanuit het kunstonderwijs –een verzameling scholen op het gebied van muziek, theater, beeldende kunst/vormgeving, film, bouwkunst en media- is grosso modo lange tijd de relatie met de opkomende creatieve onbesproken gebleven danwel onvoldoende onderkend dat hier sprake is van een relevant fenomeen (Hagoort, Thomassen, 2006; Hagoort, 2007). In de dagelijkse praktijk leverde dit kunstonderwijs de nodige kunstenaars en vormgevers af maar in beleidsmatige, inhoudelijke en onderwijspolitieke zin bleef de relatie op de meeste scholen onaangeroerd.
De laatste tijd is echter een verandering merkbaar (Regouin, 2007; Lovink, Rossiter, 2007; SIA RAAK, 2007/2008). Nieuwe competentieprofielen van afgestudeerden, de opkomst van ICT binnen de diverse disciplines, de groei van aanpalende creatieve (media)opleidingen buiten het traditionele kunstvakonderwijs om (MBO, HBO, WO), de behoefte aan artistiek en creatief ontwerponderzoek en de internationale aandacht voor de creatieve industrie, laten niet langer toe dat de relatie met de creatieve industrie vanuit het kunstonderwijs onbesproken blijft.
2. Kritische reflectie: een opdracht voor het kunstonderwijs
Het kunstonderwijs neemt traditiegetrouw een onafhankelijke positie in ten opzichte van haar omgeving waartoe in de eerste plaats het werkveld behoort. Naast het opleiden van kunstenaars en vormgevers vervult het kunstonderwijs ook een kritische rol ten opzichte van de culturele en creatieve bedrijvigheid door middel van onderzoek en debat. Hoe kan aan deze positie invulling gegeven worden binnen de actualiteit van de creatieve industrie? Het Landelijk Overleg Kunstlectoren (LOK) is van mening dat betreffende de conferentie van maart 2009 het kunstonderwijs vooral de functie van kritische reflectie ten opzichte van het functioneren van de creatieve industrie moet vervullen. Immers door vragen te stellen over de rol van kunst, cultuur en creativiteit, over de economische benadering van artistieke productieprocessen, over de verantwoordelijkheid van kunstenaar en vormgever, en over de rol van onderzoek kan een bijdrage geleverd aan een betekenisvolle ontwikkeling van praktijk en opleiding. De actualiteit brengt tevens mee dat de conferentie ook een kritische rol wil vervullen ten opzichte van het bestaande kunstonderwijs: hoe kan bereikt worden dat dit kunstonderwijs meer dan in het verleden een actieve kennis- en opleidingsrol speelt bij de verdere ontwikkeling van de (internationaal georiënteerde) creatieve industrie op weg naar een creatieve economie?
3. Vijf arena’s
Tijdens de komende conferentie (woensdag 18 maart, middag) wordt vanuit de functie van kritische reflectie de volgende arena’s onderscheiden (teksten zijn handreikingen voor de betreffende co-trekkers en meewerkende lectoren, onderstreepte namen hebben reeds ingestemd, Definitieve teksten komen van de co-trekkers! De voorbereidingen van de arena’s zullen in e-mailgroepjes plaatsvinden, interactieve procesarchitectuur via HKU).
Alle kunst is opdracht
Alle creatie is lang gedomineerd geweest door het onderscheid tussen het autonoom vervaardigen van een kunstwerk en het in opdracht maken van een kunstproduct. De creatieve industrie vraagt om artistieke competenties die de scheidslijn autonoom-opdracht vloeiend maken. De creatieve professional begeeft zich in situaties waarin autonoom werken afgewisseld wordt met het (in teamverband) uitvoeren van opdrachten (vgl. Orgacom). En voor wie vast wil houden aan de autonome kunstproductie, wordt geconfronteerd met het gegeven dat autonomie geen absoluut karakter draagt maar contextueel wordt bepaald. Alle kunst is daarmee ook het resultaat van een opdracht aan jezelf.
Tijdens het arena ‘Alle kunst is opdracht’ wordt het autonomiekarakter van de kunstproductie binnen de creatieve industrie opnieuw verkend en gedefinieerd. Zijn artistieke criteria te formuleren om te bereiken dat binnen de creatieve industrie de autonomie van het creatieve maakproces tot haar recht komt? Zijn de vragen herkenbaar in het huidige kunstonderwijs? De aanleiding van het debat kan onder meer gevonden worden in het actualiseren van de kritische benadering van de cultuurindustrie van Adorno en Horheimer (1944).
Co-trekkers: Nirav Christophe/Jeroen Boomgaard, Hans Mommaas, Hans van Dulken
Support: ELIA, Kunstenaars & Co
De kunstenaar als ondernemer
De opkomst van de creatieve industrie heeft de aandacht voor het cultureel ondernemerschap aangescherpt: welke kansen zien kunstenaars en vormgevers en op welke wijze positioneren zij zich in de nieuwe culturele en creatieve markten? We weten echter nog betrekkelijk weinig wat de impact van het ondernemerschap is op het kunstenaars- en vormgeversschap, en welke competenties hierbij in het geding zijn. IPCICO onderneemt momenteel een studie op welke manier kunstenaars en vormgevers als C MKB kunnen bijdragen aan de creatieve economie. Wat de kunstopleidingen betreft wordt steeds meer aandacht aan ondernemerschap besteed maar overtuigende, didactische modellen zijn nog minimaal voorradig. Er zijn goede argumenten te noemen waarom het onderwijs in cultureel ondernemerschap nauw verbonden moet blijven met de artistieke ontwikkeling van studenten zij het dat de belangstelling voor een dergelijk samengaan van de kant van studenten en docenten zelf gering is. Dat kan veranderen als ook voorbij het ondernemerschap gekeken wordt: de opkomst van creatieve teams die interdisciplinair werken en het ondernemerschap als vanzelf in zich opnemen, vgl. de nieuwe media (Kolsteeg, 2008). Het in kaart brengen van best practices uit binnen- en buitenland (vanuit het MBO, HBO, KUO en WO) lijkt vooralsnog de meest begaanbare weg, naast een meer theoretische verdieping via gezamenlijk KUO/WO-onderzoek. Een specieke ‘Body of Knowledge’ kan daardoor ontstaan.
Co-trekkers: Giep Hagoort/Johan Kolsteeg, Dany Jacobs, Karel Janssen, Paul van Zoggel
Support: COCI, IPCICO, Kunstenaars & Co, GOC, IIPCreate, Syntens, SIA RAAK
De ICT-revolutie van de nieuwe generatie kunstvakstudenten
Binnen enkele subsectoren van de creatieve industrie (media, entertainment, creatieve dienstverlening (games) speelt ICT een dominante rol. In het geval van games is ICT een voorwaarde voor zijn uitingsvorm. Een nieuwe generatie kunstvakstudenten zullen echter ongeacht de kunstdiscipline ICT en digitaal gevormd zijn waarmee een perfecte aansluiting met de creatieve industrie als vanzelfsprekend is, zij het dat hier ook sprake is van uitzonderingen (de digibeten onder de jongeren). Hoewel de opkomst van de web 2.0 cultuur ook van belang is voor de meer traditionele disciplines zoals onderwezen in de conservatoria, theaterscholen en kunstacademies speelt deze cultuur in de huidige onderwijs- en praktijksituatie vooralsnog een zeer beperkte rol. Hoe kunnen deze opleidingen zich voorbereiden op de komst van de nieuwe digi-generatie? Wordt geen adequaat antwoord gevonden dan schept de creatieve industrie eigen, nieuwe opleidingsroutes via particuliere scholen, MBO opleidingen of via het buitenland.
Co-trekkers: Geert Lovink/Willem Jan Renger,
Support: IIPCreate, Virtueel Platform, TNO, SIA RAAK
Onderzoek in de creatieve industrie
Ondanks alle aandacht voor de creatieve industrie is een onderzoeksbeleid onontwikkeld gebleven. Hoewel veel adviesonderzoek aan mapping besteed wordt, blijft inhoudelijk onderzoek van lectoraten met betrekking tot het artistiek, cultureel, sociaal en economische functioneren van de creatieve industrie onderbelicht. Toch zijn ook hier veranderingen in opkomst, zie de instelling van een NWO-agenderingscommissie voor onderzoek in de creatieve industrie en de onderzoeksagenda van IIPCreate.
Lectoraten kunnen op basis van de kritische reflectie functie zich bijvoorbeeld richten op de volgende onderzoeksvragen:
Welke waarde wordt gehecht aan het begrip artistieke vrijheid in de verschillende beleidsconcepten?
Creatief Ontwerp Onderzoek: een aanpak vanuit een samengaan van kunst en wetenschap (IJzermans, 2008; ArtEZ, 2008)?
Welke stakeholders zijn te onderkennen bij het opzetten van onderzoek in de creatieve industrie (van belang voor de transdisciplinariteit van het onderzoeksveld, zie NWO cs brochure Bruggen Bouwen, 2006)
Welke plaats neemt de Onderzoeksschool Artistiek Onderzoek in in de omgeving van de creatieve industrie?
Financiering van (PhD)onderzoek, coalitievorming, matching
Co-trekkers: Henk Slager/Henk Borgdorff, José Teunissen, Jurrien Sligter, Janine Prins
Support: IIPCreate, Platform PhD in de kunsten, Universiteit Utrecht/PSAU, Fondsen
Zonder cultureel burgerschap geen dynamische creatieve industrie
Een moderne industrie houdt rekening met haar omgeving. Ook maatschappelijk verantwoord ondernemen genoemd. Binnen de creatieve industrie zal ondermeer om die reden bijzondere aandacht besteed moeten worden het cultureel burgerschap: competent zijn om te leven en werken in een multimediale omgeving (bron: Raad voor Cultuur, 2006). Dit burgerschap besteedt aandacht aan cultureel erfgoed, aan diversiteit, maakt bewuste keuzes omtrent culturele belevingen en vindt op autonome wijze zijn weg door het creatieve labyrint. Lectoraten van kunsthogescholen kunnen initiatieven ontwikkelen om dit burgerschap – dat op zijn beurt weer essentieel is voor een levendige creatieve industrie - op scholen en instellingen te stimuleren. Zij hebben de exepertise in huis om een brugfunctie tussen kunsthogescholen, kunstopleidingen en het onderwijs te vervullen. Het is een nieuw terrein van de creatieve industrie dat nog vrijwel onontgonnen is. Raakvlakken liggen er met thema’s als talentontwikkleing, diversiteit en leven-lang-leren, community art (vgl. Vrede van Utrecht 2013).
Co-trekkers: Maarten Regouin/, Peter van Mensch, Peter van den Hurk, Nelly van der Geest, Folkert Haanstra,
Support: Raad voor Cultuur, Boekmanstichting
Extra brainstormgroep rond Key notes 18/3: Bart van Rosmalen, Jeroen van Mastrigt.
Vanuit de HKU zullen zo mogelijk collega-onderzoekers van de UU betrokken worden bij de arena’s (PSAU, Faculteit der Kunsten)
4. Verdieping en samenwerking: Werkatelliers 19 maart
De tweede dag is gericht op verdieping en samenwerking binnen de lectoraten/kenniskringen van het LOK. Dit spitst zich toe op de vier doelen van lectoraten binnen de kop-driehoek: kennis-onderwijs-praktijk.
Kenniscreatie: welke innovatieve onderzoeksactiviteiten (geformuleerd aan de hand van de kop-drieslag) zijn relevant en welke willen we eventueel gemeenschappelijk aanpakken?
Stafontwikkeling: hoe bereiken we een kwaliteitsverbetering in het functioneren van docenten in relatie tot de creatieve industrie.
Curriculumontwikkeling: welke nieuwe thema’s moeten aan de orde komen en welke werkvormen zijn daarbij passend?
Kennisdeling: hoe bereiken we dat opleiding en praktijk ten volle profiteren van de kenniscreatie?
De concretisering van de vraagstellingen zal aan de hand van de resultaten van de arena’s (18 maart middag) plaatsvinden. Daarbij hoeft op de 19e niet vastgehouden te worden aan de eerder genoemde vijf genoemde arena’s. Bij de opzet van de 19e worden alle LOK-lectoren actief ingeschakeld. Mogelijke oriënteringspunten: IIPCreate ( http://www.iipcreate.nl), IPCICO kadervisie ( http://www.ipcico.nl), publicaties lectoraten, studentonderzoeken (worden nog in beeld gebracht).