Mei 2008
TER INLEIDING
Lectorenplatform
Vanaf 2001 is een start gemaakt met de aanstelling van lectoren via de Stichting Kennisontwikkeling HBO (SKO). In 2004 is, met financiële steun van SKO, het lectorenplatform opgericht. Dit platform heeft gedurende de eerste fase van de ontwikkeling van lectoraten succesvol gefunctioneerd als een informatienetwerk en heeft in samenwerking met de HBO-raad zorg gedragen voor de externe communicatie en profilering van lectoraten. Inmiddels zijn er meer dan 330 lectoren werkzaam aan de hogescholen. Verdeeld over ruim 310 zeer diverse lectoraten vervullen deze lectoren een belangrijke rol in de kwaliteitshandhaving, verbetering en herpositionering van de hogescholen. De meeste van deze lectoraten zijn inmiddels meerdere jaren actief en hebben zich ontwikkeld op de verschillende functies van het lectoraat.
Oprichting Forum voor Praktijkgericht Onderzoek en Ontwikkeling
Tegen die achtergrond hebben het Lectorenplatform en de HBO-raad geconstateerd dat bij deze ontwikkelingsfase van het praktijkgerichte onderzoek een ander type landelijke netwerkvorming behoort. Zij zijn overeengekomen om per 1 januari 2007 het Lectorenplatform op te heffen en over te gaan tot de oprichting van een nieuw netwerk voor de lectoren. In 2007 heeft het bestuur van de
HBO-raad, in nauwe afstemming met de lectoren, besloten tot de oprichting van het Forum voor praktijkgericht onderzoek en ontwikkeling. Dit is op 9 februari 2007 bekrachtigd in de Algemene Vergadering van de HBO-raad. Het bestuur heeft er voor gekozen het Forum in te stellen als specifiek orgaan van de HBO-raad, zoals wordt bedoeld in artikel 18 van de statuten van de vereniging. Concreet houdt dit het volgende in:
Jaarplannen worden voorgelegd aan de bestuursvergadering
Jaarrekeningen worden voorgelegd aan de bestuursvergadering
Voor de financiering heeft het Forum een subsidie voor de jaren 2008 en 2009 verkregen van de Stichting Kennisontwikkeling HBO (SKO). De subsidiering is afhankelijk van de goedkeuring van het jaarplan door het bestuur van de HBO-raad en het bestuur van SKO. Om deze reden zal er aan de hand van een jaarplan jaarlijks een overleg met het bestuur van het SKO plaatsvinden.
Doelstelling Forum
Het Forum kent een scherpe focus op de inhoudelijke ontwikkeling van het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen met als uiteindelijk doel het professionele hoger onderwijs in al zijn aspecten. Concreet heeft het Forum de volgende doelstellingen:
-Het Forum levert een bijdrage aan de verdere vormgeving van het lectoraat en van het praktijkgericht onderzoek aan de hogescholen
-Het Forum levert een bijdrage aan de maatschappelijke positionering van het lectoraat (en daarmee het praktijkgericht onderzoek)
-Het Forum bevordert verbindingen tussen de lectoren, met name op onderzoeksinhoudelijk terrein
-Het Forum bevordert verbindingen tussen lectoren, de beroepspraktijk en het onderwijs.
In het licht van deze doelstellingen heeft het Forum een sterk inhoudelijke oriëntatie. Het draagt bij aan het oplichten van actuele vragen, entameren van discussies en bevorderen van ontwikkelingen met betrekking tot de bovengenoemde punten. Dit zowel waar het functioneren van lectoraten in algemene zin betreft als binnen verschillende terreinen. Om die reden heeft het bestuur van de HBO-raad als voorwaarde meegegeven binnen het Forum een aantal inhoudelijke domeinen te benoemen. Deze oriëntatie op de inhoud vraagt om een lichte organisatievorm, waarbij het zwaartepunt van activiteiten aansluit bij de ontwikkelingen van lectoraten op dit moment en waarbij qua communicatie, organisatie en ontwikkeling van de verschillende activiteiten aansluiting wordt gezocht met netwerken binnen de verschillende domeinen.
Totstandkoming Forum
Domeinen
Voor het Forum is aansluiting bij bestaande netwerken het uitgangspunt. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat het Forum de activiteiten van die netwerken overneemt. Verschillende netwerken hebben inhoudelijke overeenkomsten. Daarom is binnen de context van het Forum gekozen voor de figuur van inhoudelijke domeinen waarbinnen meerdere netwerken van lectoren actief zijn. Vooralsnog zijn, aan de hand van een inventarisatie van bestaande netwerken, de volgende domeinen geïdentificeerd:
Innovatie en ondernemen
Leren en opvoeden
Maatschappij, gezondheid en veiligheid
Kunst en cultuur
Methodologie
Ruimte en technologie
Presidium
In het najaar van 2007 hebben drie kwartiermakers (2 lectoren en een bestuurslid van de HBO-raad) gezocht naar een voorzitter voor het Forum. Daartoe hebben zij een functieprofiel ontwikkeld. Aan de hand van dat profiel hebben zij gezocht naar een passende kandidaat. In november 2007 heeft dit driemanschap het bestuur van de HBO-raad geadviseerd prof.dr. Mia Duijnstee, lector Familiezorg binnen het lectoraat Verpleegkundige en paramedische zorg voor mensen met chronische aandoeningen te benaderen. Het bestuur van de HBO-raad heeft het advies overgenomen en prof. Duijnstee per
1 december 2007 benoemd tot voorzitter van het Forum.
In de periode december 2007-februari 2008 zijn gesprekken gevoerd met lectoren binnen de hierboven genoemde domeinen die een trekkersrol vervullen in reeds bestaande netwerken. Deze gesprekken hadden een tweeledig doel: 1) een verkenning van het betreffende domein en de verschillende netwerken daarbinnen 2) een afvaardiging in het presidium vanuit het betreffende domein. Toegetreden tot het presidium zijn:ir. Frank van Genne (Ruimte en Technologie), dr. Saskia Harkema (Innovatie en Ondernemen), dr. Bob Koster (Leren en opvoeden), dr. ir. Rick Kwekkeboom (Maatschappij, gezondheid en veiligheid), Bart van Rosmalen (Kunst en cultuur) en dr. Cees Tempelman (Methodologie). De eerste presidiumvergadering vond plaats in februari 2008.
UITWERKING VAN DE DOELSTELLING
Ontwikkeling van het praktijkgericht onderzoek
Voor 2001 werd incidenteel onderzoek gedaan aan hogescholen ten behoeve van bedrijven of organisaties. Vanaf 2001 is hier landelijk een structurele invulling aan gegeven. Via de Stichting Kennisontwikkeling HBO (SKO) zijn lectoraten geïntroduceerd aan de hogescholen. Aan deze lectoraten werd een viervoudige taakstelling meegegeven:
professionalisering van docenten door middel van de zogeheten kenniskringen
bijdragen aan innovatie en kenniscirculatie in het mkb en de publieke sector
uitbreiden en intensiveren van externe netwerken van de hogeschool
bijdragen aan het onderwijs, bijvoorbeeld via stages, afstudeeropdrachten en curriculumontwikkeling
In de afgelopen zes jaar heeft het aantal lectoraten en lectoren zich sterk ontwikkeld tot respectievelijk 310 lectoraten en ruim 330 lectoren. Er is een zichtbare toename van hun impact op alle hierboven genoemde doelstellingen.
Daarnaast is via verschillende RAAK-programma’s (Regionale Aandacht en Actie voor Kenniscirculatie) geld beschikbaar gekomen voor vraaggestuurde onderzoeksprogramma’s. RAAK-middelen worden toegekend op basis van een projectplan van een hogeschool in samenwerking met bedrijven of instellingen. Op dit moment zijn er RAAK-programma’s die zich richten op het mkb en de publieke sector. In 2008 start een derde RAAK-programma dat zich richt op intensieve samenwerking tussen bedrijven of publieke instellingen, onderzoeksinstituten en hogescholen.
Op weg naar het tweede decennium gaan de lectoraten een andere fase in. Het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen heeft zich ontwikkeld en raakt steeds beter bekend, ook buiten het hoger onderwijs. Het praktijkgericht onderzoek heeft een herkenbaar eigen profiel gekregen. Het artikel van Van der Vos, Borgdorff en Van Staa geeft helder weer wat het belang is van het praktijkgerichte onderzoek en de positie van dat onderzoek in de kennisinfrastructuur.
Per 1 januari 2007 worden de middelen voor lectoraten niet meer verdeeld via de stichting SKO, maar krijgen de hogescholen die toegekend in de lump sum. Dit laat echter onverlet dat hogescholen in afwachting van de introductie van het externe kwaliteitszorgsysteem onderzoek per 1 januari 2009 aan SKO advies vragen bij de instelling van een lectoraat. Veel hogescholen ontwikkelen op dit moment interne kwaliteitszorgmethodieken om de kwaliteit van hun onderzoek te borgen. Mede daardoor oriënteert een aantal hogescholen zich opnieuw op deze kennis- en onderzoeksfunctie. Daarbij spelen bijvoorbeeld vragen een rol die te maken hebben met de positionering van het onderzoek ten opzichte van het onderwijs, hoe focus en massa gemaakt kan worden binnen kennisdomeinen waarop de hogeschool zich wil profileren en hoe verder invulling gegeven kan worden aan de relatie met de beroepspraktijk en de ontwikkeling van de professie.
Operationalisering doelstelling
Het presidium wil bij de uitwerking van het Jaarplan een krachtige impuls geven aan deze ontwikkelingen zodat het Forum bijdraagt aan de complexe taak van lectoren, namelijk: de positionering van het onderzoek, aan het versterken van zowel focus als massa binnen de kennisdomeinen, de relatie tussen lectoren en de beroepspraktijk, het bijdragen aan het onderwijs en bijdragen aan de ontwikkeling van de professie. Lectoren zijn immers de dragers van het praktijkgerichte onderzoek en daarmee de eerstverantwoordelijken voor het realiseren van deze doelstellingen. Om te garanderen dat het presidium niet in een ivoren toren gaat opereren, maar met zijn werkzaamheden aansluit bij de ontwikkeling zoals die in de afgelopen tijd binnen lectoraten en domeinen heeft plaatsgevonden, is een identificatie en evaluatie van de stand van zaken noodzakelijk. In het verlengde van de vraag hoe lectoren en lectoraten de hen gegeven doelstellingen geoperationaliseerd hebben, is in de eerste plaats een overzicht noodzakelijk ten aanzien van de centrale doelstellingen van het lectoraat:
de ontwikkeling van het ambacht van het praktijkgerichte onderzoek
de verbinding tussen onderzoek en onderwijs
de verbinding tussen onderzoek en beroepspraktijk
Het presidium zal daarom in de eerste fase binnen elk domein identificeren wat de stand van zaken is. Daarbij wordt aangesloten bij en voortgebouwd op reeds bestaande informatie. Zowel bij bestaande documenten als bij informatie binnen netwerken van lectoren. Bij de inventarisatie onderscheidt het presidium de drie genoemde zwaartepunten, die in onderling verband met elkaar staan.
Ad 1: het ambacht van het praktijkgerichte onderzoek
Het onderzoek aan de hogescholen is geworteld in de beroepspraktijk. Dat betekent dat dit onderzoek relevant moet zijn voor het ontwikkelen van de professie en het handelen in de beroepspraktijk. Het praktijkgericht onderzoek wordt sterk gestuurd door vraagstukken vanuit die praktijk en wordt uitgevoerd binnen – vaak complexe – duurzame netwerken. Het doen van praktijkgericht onderzoek is relatief nieuw en daarmee een traditie in ontwikkeling. Bij praktijkgericht onderzoek is de context zeer bepalend voor het onderzoek. Dit stelt eisen aan de aanpak en de methodologie. De vraag is hoe de praktijk zich op dit punt heeft ontwikkeld; waar lectoren tegen aanlopen en wat zij aangeven onder controle te hebben. Via een kwalitatieve benadering is hiervan goed een beeld te krijgen. Op dit moment bestaat er een grote variatie zowel in onderzoeksmethoden, als in wijzen waarop nieuwe kennis wordt gemaakt, toegepast en gedeeld. Last but not least is de vraag aan de orde hoe het zit met de professional development van lectoren zelf. Het gaat hier immers om een nieuwe functie waardoor je als lector niet terug kan vallen op een omgeving van lectoren die reeds een uitgebreide traditie hebben opgebouwd. Wat is de behoefte van lectoren aan ontwikkeling? Wil het Forum een vraaggericht aanbod voor de ontwikkeling van de professie, het zogeheten lectoral development?
Ad 2: de verbinding tussen onderzoek en onderwijs
De ontwikkeling van praktijkgericht onderzoek binnen hogescholen gaat hand in hand met de vraag om professionalisering van docenten. Van hen wordt verwacht dat zij in contact met praktijk en met studenten blijk geven van academische vaardigheden gerelateerd aan het doen van onderzoek. Zij moeten in staat zijn zorg te dragen voor evidence based curricula, adequate begeleiding van studenten die participeren in onderzoek etc. Het gaat daarbij niet alleen om docenten die participeren in een kenniskring. De verdere ontwikkeling van het onderwijs binnen het hbo met behulp van lectoraten en hun praktijkgericht onderzoek impliceert tegelijkertijd een upgrading van het docentenbestand. Welke rol spelen lectoraten hier momenteel in en welke vormen zijn gevonden om de verbinding tussen onderwijs en onderzoek te versterken?
Van lectoren wordt verwacht dat zij een rol spelen tussen de verbinding van onderzoek en onderwijs. In een aantal lectoraten komt dit tot uitdrukking in de relatie tussen lectoraten en studenten. In de eerste plaats is de betrokkenheid van lectoren bij masteropleidingen zichtbaar. Maar daarnaast doen steeds meer bachelorstudenten een afstudeeropdracht vanuit een lectoraat. Dit vraagt om begeleiding van studenten vanuit het lectoraat in samenspraak met de opleidingen. Het spreekt voor zich dat de kwaliteit, ook richting de opdrachtgever geborgd moet worden. Om studenten te kunnen laten instromen in de onderzoeksprogramma’s van het lectoraat is noodzakelijk met de opleiding te communiceren welke onderzoeken voor studenten beschikbaar zijn en op welk level ze kunnen instappen, afhankelijk van hun onderwijsniveau. Hoe wordt vanuit de lectoraten geworven voor studenten in onderzoekslijnen? Hoe wordt daarin samengewerkt met de opleidingen? En hoe wordt in de schoolpraktijk van alledag die begeleiding inhoud gegeven en afgestemd?
Ook speelt de vraag rond het terugploegen van kennis naar het curriculum. Hoe wordt er zorg voor gedragen dat de inhoudelijke kennis die in lectoraten ontwikkeld wordt niet alleen in artikelen landt, maar ook op de hogescholen zelf? Anders gezegd: hoe dragen lectoren eraan bij dat kennis uit de lectoraten ook wordt gebruikt in het onderwijs?
Tot slot is de interne bekendheid van lectoren en lectoraten onder docenten en studenten een aandachtspunt. Hoe maken lectoraten zich bekend onder studenten en docenten? Wat voor activiteiten kunnen lectoren ontplooien om hieraan te werken? In hoeverre afficheren hogescholen de lectoraten als het gaat over de werving van nieuwe studenten.
Ad 3: de verbinding tussen onderzoek en praktijk
Praktijkgericht onderzoek sluit aan op vragen uit de praktijk. Hoe worden die vragen uit de praktijk gehaald? Hoe bewaar je je onafhankelijkheid als onderzoeker? Wat doe je met vragen die buiten de onderzoekslijn vallen? Hoe worden vragen ingepast in de hoofdlijnen van het onderzoeksprogramma en hoe worden die hoofdlijnen bewaakt?
Voor de verbinding tussen onderzoek en praktijk is het nodig om als lectoraat netwerken met de praktijk te ontwikkelen. Daarin participeren niet alleen lector en kenniskring, maar ook docenten die mede de studenten begeleiden die in onderzoek participeren.
Het gaat er vanuit het lectoraat niet alleen om gegevens op te halen uit de praktijk, maar zeker ook om de uitkomsten terug te brengen. Voor mkb-bedrijven en publieke instellingen moet de samenwerking ook leiden tot innovaties in het beroep of in de dienstverlening en tot nieuwe producten waardoor de kwaliteit en/of de concurrentiepositie verbeteren. De inventarisatie rond dit thema moet ook leiden tot een overzicht van voorbeelden waarbij duidelijk is dat de ‘afnemers’ van kennis baat hebben bij de onderzoeksactiviteiten vanuit de lectoraten.
De kern van de inventarisatie zal betrekking hebben op de bovengenoemde punten binnen de lectoraten. Het gaat daarbij niet zozeer om het in kaart brengen van producten, maar om het in kaart brengen hoe lectoraten invulling geven aan hun doelstellingen. Deze zaken zullen welhaast altijd een verbinding kennen met a) de inhoudelijke ontwikkeling binnen domeinen en met b) de condities waaronder werkwijze en inhoud gestalte krijgen (randvoorwaarden). Dat betekent dat er in het verlengde van de zwaartepunten in de driehoek: onderzoek-onderwijs-praktijk tevens oog is voor deze twee zaken.
Ad a: inhoudelijke ontwikkeling binnen domeinen
Binnen de verschillende domeinen worden verschillende themagebieden behartigd. Wat hebben we tot op heden rondom bepaalde thema’s aan kennis gegenereerd? Inzicht daarin zal a) de inhoudelijke samenwerking tussen lectoren wiens onderzoeksopdrachten inhoudelijk verwant zijn kunnen versterken en b) lectoren extern kunnen neerzetten op inhoudelijke thema’s (zowel maatschappelijk als in onderzoeksland). Op het moment dat we dat helder hebben, kunnen we ons kortom beter in- en extern profileren. Daarnaast speelt hier de vraag hoe het clubkarakter van het Forum kan worden versterkt. Hoe kunnen bijvoorbeeld nieuwe technologie en interactieve media worden ingezet voor de duurzame versterking van netwerken?
Ad b: condities waaronder werkwijze en inhoud gestalte hebben gekregen
De ontwikkelde werkwijze met betrekking tot de drie zwaartepunten is niet uitsluitend afhankelijk van de kennis, kunde en inzet van lectoren maar ook afhankelijk van randvoorwaardelijke zaken. De ondersteuning vanuit de hogeschool is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling op deze drie thema’s. Hoe is het praktijkgerichte onderzoek binnen de hogeschool georganiseerd? Met hoeveel fte lector en kenniskring wordt men verwacht de ambities waar te maken? Hoe ver staat het met interne en externe kwaliteitszorg? Vindt er strategische samenwerking plaats tussen de hogeschool en een universiteit waardoor het bijvoorbeeld mogelijk is promovendi een plek te geven binnen lectoraten of kenniscentra?
Het Forum streeft naar de optimalisering van de ontwikkeling en kennisuitwisseling ten aanzien van al deze aspecten in de ‘driehoek’, die als volgt kan worden weergegeven:
Binnen de verschillende inhoudelijke domeinen is er sprake van een verschillende fasering in ontwikkeling. Het is daarom noodzakelijk om tijdens de inventarisatiefase binnen de verschillende domeinen te zoeken naar de state-of-the-art met betrekking tot inhoud, werkwijze, condities én de wijze waarop de verschillende netwerken gevormd zijn en functioneren. Het is bij de inventarisatie nadrukkelijk de bedoeling het gehele continuüm in kaart te brengen, van droevige tot stralende voorbeelden. Daarmee zijn dan ook de best practices in kaart gebracht. Vanuit deze praktijkparels ontwikkelt het Forum vervolgens de programmering van activiteiten om deze goede voorbeelden in circulatie te brengen.
Het is daarbij niet ondenkbeeldig dat trends en ontwikkelingen worden gesignaleerd die spelen in alle domeinen en daarmee vragen om een ‘generale’ programmalijn die als het ware dwars op de domeinen wordt geplaatst.
Door te starten met deze inventarisatie binnen de domeinen maakt het presidium de keuze om de stand van zaken binnen de domeinen en de daarin werkzame netwerken tot uitgangspunt te maken voor de programmering van activiteiten en producties van het Forum. Op grond daarvan wordt immers zichtbaar welke wielen reeds zijn uitgevonden en op welke onderwerpen zich kennisbehoeften manifesteren. Binnen deze aanpak zal expliciet gebruik gemaakt worden van de expertise en de communicatiekanalen binnen bestaande netwerken. Vragen en ontwikkelingen ‘van onderop’ vormen het aangrijpingspunt.
De leden van het presidium willen, samen met de secretaris, in deze context fungeren als kwartiermakers en verbindingsofficieren tussen de diverse netwerken en themagebieden zowel voor, tijdens als na deze inventarisatiefase. Het presidium kiest er voor om in dialoog met de netwerken binnen de verschillende domeinen dit jaarplan uit te werken en uit te rollen tot een actieagenda. Door samen te inventariseren hoe binnen de verschillende domeinen de doelstellingen geoperationaliseerd worden, kunnen vervolgens de best practices in circulatie worden gebracht en kunnen in het verlengde van het jaarverslag de vraagstukken worden vastgesteld die de komende periode uitwerking behoeven. De verscheidenheid binnen de netwerken en de verschillen in ontwikkelingsfasen van domeinen zal onder meer leiden tot verschillende definities van best practices. De presidiumleden willen daarom met de domeinen criteria ontwikkelen voor de praktijkparels.
DYNAMISCHE AGENDA
Het presidium ziet deze startnotitie als een basisdocument aan de hand waarvan de dialoog binnen de verschillende domeinen gestart kan worden. Die dialoog start met een aantal interviews met individuele lectoren, gevolgd door roundtables binnen domeinen en in aansluiting daarop een startconferentie. De daaruit voortvloeiende voortschrijdende inzichten zullen leiden tot een agenda en een activiteitenkalender. De agenda blijft zich door de tijd heen ontwikkelen: er is kortom sprake van een dynamische agenda.
Gefaseerde aanpak in de eerste maanden
Het presidium kiest gezien het bovenstaande voor een aanpak waarin de komende maanden (april-augustus) het in kaart brengen van de state-of-the-art in de verschillende domeinen centraal staat. De eerste fase zal daarnaast in het teken staan van de ontwikkeling van de in- en externe communicatie van het presidium met het Forum.
Vervolgens zal aan het begin van het nieuwe hogeschooljaar – op 1 oktober 2008 - de startconferentie van het Forum plaatsvinden waarmee de tweede fase van haar werkzaamheden wordt ingeluid. Met deze conferentie maakt het Forum een start met het circuleren van praktijkparels. Tevens maakt het presidium in de tweede fase een programmering voor de aanpak - samen met lectoren die daarvoor inhoudelijk toegerust zijn - van vraagstukken waarop binnen domeinen door lectoraten nog geen goed antwoord is gevonden. Deze fase rondt zich af met de start van een aantal werkgroepen rondom uit te werken thema’s.
Communicatie
Gedurende deze eerste fase richt het presidium zich in eerste instantie op de communicatie met het Forum. Ook zal gewerkt worden aan het onderhoud en actualisering van de lectorendatabase, de ontwikkeling van een vernieuwde website die naar communicatiemogelijkheden, inhoud en presentatie recht doet aan de inhoudelijke en op interactie gerichte aanpak.
Dynamische agenda
De hierboven geschetste aanpak van het presidium, waarin niet de presidiumleden maar de gezamenlijke lectoren, verenigd in het Forum voor praktijkgericht onderzoek, de agenda voor het Forum ontwikkelen vergt een dynamische agenda die de ontwikkelingen volgt. Het presidium kiest daarom voor een rollende en actiegerichte agenda. Deze wordt gepubliceerd op de website van het Forum.
Hüsken, drs. F.H.A., Verkerk, dr. P.J. Lectoraten in het hoger beroepsonderwijs. Metingen 2005 en 2006.
Uitgevoerd in opdracht van de Stichting Kennisontwikkeling HBO.
Johannes van der Vos, Henk Borgdorff & Anneloes van Staa. Kennis in context. Verschenen in Thema no. 5 2007